Ondersteuning op maatKrijg relevante informatie voor uw specifieke auto.

Een volledig elektrische auto opladen

Laad je auto via een laadpunt thuis op of bij een openbaar laadstation.

Uw auto opladen

AC-laden starten

Belangrijk

Sluit de laadkabel niet aan als er kans is op onweer of blikseminslagen.

Zorg ervoor dat de auto in de parkeerstand (P) staat.

  1. Sluit de laadkabel aan op de laadbron. Sommige stations beschikken over een permanent bevestigde laadkabel die u op uw auto aansluit.
  2. Open de laadklep door deze aan de achterkant licht in te drukken.
  3. Verwijder eventuele beschermkapjes van de laadpoort en kabelconnector.
  4. Sluit de kabel aan op de laadaansluiting.
    Zodra de kabel volledig is ingestoken, wordt deze automatisch vergrendeld. Het laden begint binnen enkele seconden en zodra het is begonnen, pulseert het lampje van de laadpoort groen.

AC-laden stoppen

Je kunt het opladen op elk moment beëindigen.

Belangrijk

Beëindig altijd eerst de laadsessie voordat u probeert de laadkabel uit de auto te halen. Als u dat niet doet, kunt u schade veroorzaken aan de kabel of het systeem.
  1. Beëindig de laadcyclus door te drukken op de ontgrendelknop naast de laadaansluiting of via het middendisplay.

    Het laden stopt en de laadkabel wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

    N.b.

    Als u uw auto ontgrendelt, stopt het opladen en wordt de oplaadkabel ongeveer 90 seconden ontgrendeld. Als u de kabel niet binnen deze tijd verwijdert, wordt hij opnieuw vergrendeld en wordt het opladen hervat.
  2. Haal de laadkabel uit de auto.
  3. Bevestig eventuele beschermkapjes weer op de oplaadpoort en kabelconnector.
  4. Afhankelijk van de gebruikte kabel:

    • Haal de laadkabel uit het laadstation.
    • Plaats de laadkabel terug op de bewaaraansluiting van het laadstation.
  5. Sluit de laadklep.

Snelladen

Tip

Met preconditioning van de accu laadt je auto sneller op. Hierdoor kan de accu opwarmen of afkoelen tot de optimale laadtemperatuur. De preconditioning wordt automatisch geactiveerd wanneer je een snellaadstation als bestemming instelt in de navigatie-app.

Snelladen starten

Zet de auto in de parkeerstand (P) en lees de instructies bij het laadstation voordat je begint met snelladen.

  1. Open de laadklep door deze aan de achterkant licht in te drukken.
  2. Verwijder eventuele kapjes van de laadpoort en kabelconnector.
  3. Gebruik beide handen om de kabelconnector helemaal in de laadpoort te duwen. Druk de kabel altijd enkele seconden omhoog nadat u deze in de aansluiting hebt gesloten, zodat de kabel goed is aangesloten en wordt vergrendeld.
    De laadkabel wordt na een paar seconden automatisch vergrendeld.
  4. Volg de instructies op het laadstation om toestemming te geven voor het laden.

    Het laden begint pas nadat het laadstation een isolatietest heeft uitgevoerd. De test kan ongeveer een minuut duren.

    Wanneer het laden is gestart, gaat het lampje van de laadaansluiting groen knipperen.

    Op het bestuurdersdisplay en het middendisplay wordt de geschatte resterende laadtijd getoond of er wordt aangegeven dat er een probleem met het laden is.

Snelladen onderbroken

Als het snelladen wordt onderbroken, moet er voordat het laden wordt hervat eerst via de gebruikersinterface van het laadstation opnieuw toestemming worden gegeven voor laden.

  1. Haal de laadkabel uit de auto.
  2. Sluit de laadkabel opnieuw aan.
  3. Volg de instructies in de gebruikersinterface van het laadstation.

Snelladen beëindigen

Belangrijk

Beëindig altijd eerst de laadsessie voordat u probeert de laadkabel uit de auto te halen. Als u dat niet doet, kunt u schade veroorzaken aan de kabel of het systeem.
  1. Stop het laadproces door op de knop naast de oplaadaansluiting te drukken, via het middendisplay of via het laadstation.

    Het laden stopt en de laadkabelstekker wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

  2. Koppel de laadkabel los van de auto.
  3. Plaats de beschermkap terug op de kabelconnector.
  4. Plaats de beschermkap terug op de laadpoort en sluit de laadklep.

Problemen met het losgaan van de laadkabelstekker

Als u de laadkabel niet verwijdert nadat het laden is beëindigd, dan wordt de kabel automatisch weer vergrendeld. Als dat gebeurt, probeer het nog een keer; als de laadkabelstekker nog steeds niet wordt ontgrendeld, probeer het volgende:

  1. Controleer of de sleutel binnen bereik is en of de auto ontgrendeld is.
  2. Onderbreek de stroomvoorziening voor de laadpaal op een veilige manier. Als u de auto bij een openbare laadpaal of laadstation oplaadt, neem contact op met de klantenservice van de laadpaal of het laadstation en vraag hen om ondersteuning.
  3. Beweeg de laadkabelstekker voorzichtig heen en weer.
  4. Vergrendel en ontgrendel de auto.
  5. Vergrendel de auto en wacht totdat het lampje van de laadaansluiting uitgaat. Dit kan maximaal 7 minuten duren. Ontgrendel daarna de auto en probeer het opnieuw.

Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats als het probleem aanhoudt.

De noodhandgreep van de laadkabel gebruiken

Waarschuwing

Controleer op het bestuurdersdisplay of op de laadaansluiting of het laadproces is voltooid voordat je de noodontgrendelhendel gebruikt. De noodhandgreep mag niet tijdens het laden worden gebruikt.

Als de laadkabel niet wordt ontgrendeld nadat het laden is voltooid en de auto is voorzien van een noodhandgreep, dan kunt u deze noodhandgreep gebruiken om de laadkabelstekker te ontgrendelen.

  1. Open de achterklep.
  2. Open het bagageluik. De noodhandgreep zit links onder het vloerpaneel.

  3. Trek voorzichtig aan de noodhandgreep totdat u weerstand voelt.
    De laadkabelstekker wordt ontgrendeld van de laadaansluiting.

    N.b.

    De noodhandgeep laat automatisch los zodra de volgende laadcyclus wordt gestart.
  4. Wacht ongeveer 5 seconden voordat je de laadkabel van de auto loskoppelt.
  5. Plaats het vloerpaneel terug en sluit het bagageluik en de kofferbak.

Led-indicaties bij de oplaadaansluiting

SignalenBeschrijving
Wit, constantWelkomstverlichting
Geel, constantDe laadkabel is aangesloten en het laadproces wacht om te beginnen.[1]
Geel, knipperendHet laadproces wordt gestopt.[2] - wachten op het ontgrendelen van de oplaadkabel nadat je op de knop naast de laadaansluiting hebt gedrukt om het opladen te stoppen.
Groen, knipperendBezig met opladen[3].
Groen, constantOplading gereed.[4]
Rood, constant

Er is een storing opgetreden. Controleer de aansluiting van de laadkabel op de laadaansluiting van de auto en de stroombron.

Herstart daarna het laden met de volgende stappen:

  1. Koppel de laadkabel los van de laadaansluiting.
  2. Wacht even af.
  3. Steek de laadkabel weer in de laadaansluiting.
  4. Neem contact op met een erkende Volvo-werkplaats als het probleem niet verdwijnt.
Rood, knipperendDe auto is vergrendeld en registreert geen sleutel als de laadkabel via de knop bij de laadaansluiting wordt ontgrendeld.
Blauw, constantGepland opladen is geactiveerd op het middendisplay of in de Volvo Cars-app.

Heeft dit geholpen?